Over tot de orde van de dag?

In mijn boekenkast staan een paar (ahum) ongelezen boeken. En gelezen boeken. En héél vaak gelezen boeken. Er zijn nu eenmaal van die boeken waar je nooit genoeg van krijgt. Die kunnen zorgen voor een instant goed gevoel of juist helpen om alledaagse beslommeringen weer even te relativeren. Soms volstaat het bij mij al om naar het boek te kíjken. Of het gewoon zomaar ergens open te slaan en een passage te lezen. Dat zijn de boeken die ik koester en die ik eerlijk gezegd ook niet snel zal uitlenen.
Iedereen zou een paar van dat soort boeken moeten hebben.

Een extreem voorbeeld van een boek dat iedereen eigenlijk verplicht één keer in de zo veel tijd moet openslaan om een gedeelte te (her)lezen is een boek dat helaas NIET in mijn boekenkast staat. Ik heb het namelijk geleend bij mijn plaatselijke openbare bibliotheek. In verband met de zomervakantie mocht ik het zes weken lang bij mij houden. Die termijn loopt eind deze week af en het doet nu al pijn dat ik het moet terugbrengen. Anderzijds zou ik blij moeten zijn dat, door het weer in te leveren, nu ook weer anderen de mogelijkheid hebben om dit bijzondere werk te lezen. Het is niet nieuw, zeker niet, de eerste uitgave is uit 1997, maar ik heb de hernieuwde uitgave uit 2017 gelezen, van Tobias Schiff met de titel Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten (uitgegeven bij EPO).

Wat de heer Tobias Schiff te vertellen heeft, is zelfs nog wat ouder. Hij vertelt namelijk over zijn ervaringen als jonge Joodse man tijdens de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk kennen we de geschiedenis, natuurlijk hebben we meermaals gehoord over de ontberingen, uiteraard weten we nog steeds waarom 4 & 5 mei zo belangrijk blijven. Maar toch is het elke keer weer bijzonder confronterend om een getuigenis “van binnenuit” te lezen.

Tobias en zijn vader worden gescheiden van zijn moeder en zijn zuster. Deze vrouwen worden al snel afgevoerd en overleven de oorlog niet. Tobias en zijn vader komen terecht in een gevoelsmatig eeuwigdurende tocht van het ene concentratiekamp naar het andere. Schiff heeft dit genoteerd in een soort korte verzuchtingen, in gebroken zinnen met bijzondere overgangen. Alsof je naast hem zit en hij eigenlijk niet wéér over die tijd wil praten maar er niet onderuit komt. Het lijkt soms haast wel poëzie. Maar dan wel met een keiharde inhoud. Mensonterend, levensontredderend, onvoorstelbaar. Waanzinnig knap beschreven wat honger met een mens doet. Dat honger de werking van hersenen overneemt. Dat elke “normale” actie of reactie niet eens meer in hem opkomt.
Deze verhalen, deze ervaringen mogen wij niet vergeten. We mogen niet zomaar overgaan tot de orde van de dag.

Tegelijkertijd begint er altijd wat bij mij te knagen, als ik verhalen over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging lees. Ik vraag mij dan namelijk af hoe ik zelf  zou reageren als ik destijds had geleefd. Of, nog angstaanjagender en alarmerender, wat zou ik (of mijn naasten/mijn vrienden/mijn collega’s/mijn buren) doen als in het heden een dergelijke beweging op gang zou komen? Het is namelijk erg makkelijk, comfortabel en politiek correct om te roepen dat je altijd stoer voor de eigen principes van gelijkheid voor alle mensen zult staan en nóóit zult meewerken aan het veroordelen of afvoeren van “anderen”. Maar is dat ook echt zo? Kun je daar zeker van zijn? Zelfs Schiff moest roeien met de riemen die hij had. Zelfs hij heeft harde keuzes moeten maken uit lijfsbehoud en eigen belang. Het is verbijsterend om te lezen over de rangen en standen binnen een kamp en de extreme verschillen die er onderling waren.

In dezelfde categorie en toch weer heel anders is Kinderjaren van Jona Oberski (Ambo Antos). Het is het autobiografische verhaal van Oberski, die als kleuter de oorlogsjaren meemaakt. Het is waanzinnig indrukwekkend hoe hij in staat is, jaren later, vanuit de belevingswereld van een kleuter te schrijven. In het (steeds kleiner wordende) gezin is de strohalm voor de kleuter de overtuiging dat zij onderweg gaan naar Palestina. Als volwassen lezer lees je tussen de regels door wat er werkelijk aan de hand is. Het is heel herkenbaar dat een klein kind af en toe een opdracht vergeet, of bepaalde informatie heel letterlijk neemt waardoor de echte boodschap niet overkomt (“de weg naar je moeder is afgesloten” is een voor volwassenen typisch verhullende manier om te vertellen dat je mamma overleden is).

De uitgave van Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten heeft een voorwoord van Arnon Grunberg. Ik heb dit voorwoord in eerste instantie overgeslagen, omdat ik niet afgeleid wilde worden van de inhoud door stijl en taalgebruik van Grunberg. Achteraf kan ik constateren dat dit voor mij de juiste beslissing was. Het voorwoord heb ik als nawoord beter begrepen.

Beide boeken springen wat mij betreft uit de grote massa van publicaties naar voren door enerzijds de ijzingwekkende inhoud maar anderzijds minstens net zo veel door de geweldige schrijfstijl. Ik hoop dan ook van harte dat door deze kundige schrijfstijlen dit soort boeken gelezen blijven worden en dat dat continu bijdraagt aan onze maatschappelijke opvattingen over gelijkheid en tolerantie.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

2 comments: On Over tot de orde van de dag?

  • Voor zulke boeken moet ik wel even een drempel over… maar ik wil hier zeker eens over gaan lezen (na zoveel jaren alle boeken over de oorlog te hebben vermeden). Dus bedankt voor de tips!

    • Ja, het blijft een categorie die je niet “zomaar” even oppakt. Maar los van de inhoud is het ook bijzonder qua stijl (met name het boekje van Tobias Schiff). Dus dat maakt het dan toch ook weer “fijn” om te lezen.

Leave a reply:

Your email address will not be published.