Extreme worsteling

Ik wil graag iets met jou afspreken. Ik wil graag afspreken dat jij de roman Stephen Florida van Gabe Habash (Nieuw Amsterdam) leest en dat wij over zo’n 2 jaar en vervolgens over pak ‘em beet 10 jaar nogmaals contact met elkaar hebben over deze roman. Misschien zijn wij tegen die tijd beter in staat om dit boek op de juiste waarde te beoordelen. Op dit moment, redelijk kort nadat ik het heb uitgelezen, worstel ik nog met mijn mening. Een beetje flauwe woordgrap, nu de hoofdpersoon helemaal bezeten is van worstelen.

Stephen Florida is een jonge student aan een Amerikaans College en is helemaal verslingerd aan worstelen. Zijn hoofddoel is dan ook niet afstuderen, maar het kampioenschap in zijn gewichtsklasse in de Kenosha Arena in Wisconsin winnen. In de roman wordt dan ook veel gevochten, maar niet alleen maar op de mat. Stephen (die overigens eigenlijk Steven Forster heet) worstelt ook met zichzelf, hij is geobsedeerd door de fysieke en mentale inspanning van het worstelen en alles wat je daarvoor moet opgeven en jezelf moet ontzeggen. En tegelijkertijd probeert hij op de been te blijven en zijn weg in het leven te vinden.

Dit boek heeft een aantal ferme aanbevelingen gekregen, ook in Nederland. Tel daar bij op dat het in oktober het Boek van de Maand was bij DWDD en voor je het door hebt, weet je niet meer of je het een geweldig goed boek vindt omdat je blijkbaar geacht wordt in extase deze roman te bewieroken of dat je het eigenlijk een over het paard getild, onsamenhangend, laat-puberaal coming of age verhaal vindt. En dan? Dan komt de factor tijd om de hoek kijken. Bij dit soort boeken merk je bij jezelf soms pas jaren later hoeveel invloed het heeft gehad. Of dat je juist moet vaststellen dat het volledig is weggezakt en het boek niet eens meer in een middelgrote openbare bibliotheek te leen is omdat het uiteindelijk zich toch geen eigen plek wist te veroveren.

Het is confronterend om te lezen over een eenzame jongen, wiens ouders overleden zijn, die bij zijn grootmoeder is opgegroeid, die bij vlagen suicidaal is zonder dat misschien zelf goed te beseffen en een enorme muur om zichzelf heeft opgebouwd. Slechts een enkeling lukt het op zeldzame momenten om door een gaatje in die muur te kijken en contact te hebben. Ik las elders vergelijkingen tussen deze roman en de klassieker De vanger in het graan (wellicht beter bekend onder de Engelse titel The catcher in the rye) van J.D. Salinger. Daar ga ik niet in mee, ik vond Holden een veel geloofwaardiger personage, eentje die heel dichtbij komt tijdens het lezen. Andere voor de hand liggende associatie is met Alleen met de goden van Alex Boogers, al is het maar omdat daarin ook een vechtsport (boksen) een prominente rol inneemt. Het is alweer even geleden dat ik dit boek van Boogers las. Door de factor tijd is het inmiddels zeker niet het vechten dat is blijven bovendrijven. Daarom ben ik nu ook zó benieuwd hoe ik over enige tijd over Stephen Florida denk!

Waar ik bij de personages uit Salinger en Boogers op een gegeven moment een zekere sympathie ging voelen, gebeurde dat niet bij Stephen Florida. Dat heeft met de persoon te maken, maar zeker ook met de manier waarop Habash schrijft. Zijn schrijfstijl is heel direct en toch ook weer niet. Het zijn meestal korte, concrete zinnen over duidelijke voorvallen. Het kost geen enkele moeite om de jongens in hun studentenhuis te zien scharrelen, bij elkaar voor de deur staan afluisteren, elkaar sarren en plagen. Maar er zijn ook passages bij waardoor je opeens het gevoel hebt dat je in een heel ander boek terecht bent gekomen. Dat je nog eens moet nadenken over wat er precies bij de psychologe gebeurde of tijdens de tochtjes om bij de muziekleraar voor de deur te posten. Als lezer begreep ik wat er gebeurde, maar ik kwam nooit dichterbij. Habash zet zijn hoofdpersoon neer als enerzijds mentaal oersterk en anderzijds mentaal labiel en schreeuwend om hulp, liefde en aandacht. Uit de diverse gebeurtenissen maak ik op dat hij naar buiten toe wel “meedoet”, maar steeds vertaalt hij dat voor zichzelf in stapjes die nodig zijn voor zijn doel en grotendeels lijkt het alsof hij alle informatie voor zichzelf houdt. Ik werd plaatsvervangend nerveus hoe het uiteindelijk zou uitpakken.

Bij Florida kreeg ik een beeld als van de albino-monnik Silas in De Da Vinci Code van Dan Brown (ls amsterdam). Niet helemaal mijn soort boeken, maar zo populair dat je het toch gelezen wilt hebben. Ik heb mij er doorheen ….geworsteld 😉 Silas hult zich in stilzwijgen en gaat in opdracht van een hogere macht al moordend door het leven. De associatie zit in de herinnering dat de albino fysiek heel hard voor zichzelf is en een flinke portie zelfkastijding niet schuwt. Ook bij Stephen merk je dat hij voortdurend zichzelf aan het testen is. Je vraagt je af waar deze uitdaging omslaat in gevaarlijk extremisme.

Het lezen van Stephen Florida was voor mij niet altijd overtuigend fijn, maar mijn voorlopige verwachting is toch wel dat als wij elkaar over 10 jaar treffen, deze roman niet vergeten zal zijn.

Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Mijn dank gaat uit naar Uitgeverij Nieuw Amsterdam voor het beschikbaar stellen van een leesexemplaar en Cathelijne Esser om dit boek te nomineren voor de pop-up boekenbloggersleesclub Een perfecte dag voor literatuur.

One comment: On Extreme worsteling

Leave a reply:

Your email address will not be published.